Röntgendiagnostiek

Röntgen instellenBij röntgendiagnostiek wordt gebruik gemaakt van röntgenstraling. Door deze straling door een object te sturen (uw huisdier in dit geval) en datgene wat er overblijft op een film te plaatsen, kunnen wij als het ware door uw huisdier heen kijken. Röntgenstraling is echter niet ongevaarlijk en het vervelende van straling is dat de dosis die een individu krijgt langzaam maar zeker optelt en niet meer verdwijnt. Zo kan een grotere lading in een keer minder erg zijn dan elke dag een beetje.

Deze wetenschap zorgt ervoor dat wij eisen stellen aan het röntgenonderzoek:
– het moet absoluut nodig zijn
– we moeten zo min mogelijk foto’s maken met een zo klein mogelijke stralingsdosis
– we moeten de begeleiders beschermen

Röntgenfoto makenWe kunnen het beste aan deze eisen voldoen als het dier goed stil ligt en wij zo ver mogelijk bij het dier en apparaat vandaan kunnen staan. Veel dieren blijven niet of onvoldoende stil liggen, wat ervoor zorgt dat er soms 2 foto’s nodig zijn in plaats van 1. Ook moeten wij, bij een wakker dier, dichterbij staan om deze goed vast te kunnen houden in de juiste positie. Dit betekent voor ons als onderzoekers een extra stralingsbelasting. Sedatie en/of narcose van uw huisdier is daarom soms nodig om aan de veiligheidseisen te kunnen voldoen. Uiteraard gaat een dier alleen onder narcose als de gezondheid dit toelaat en altijd in overleg met u als eigenaar.

Naast de ‘normale’ röntgenfoto’s maken we ook contrastopnamen. Hierbij wordt een stofje wat heel goed op de foto te zien is (bijvoorbeeld barium in de darm) gebruikt om extra informatie te geven.

Deze stoffen zijn niet radioactief, alleen ze absorberen röntgenstraling heel goed, zodat op die plekken meer detail te zien is.

Wij kunnen contrastonderzoeken doen van:
– maagdarmkanaal
– blaas
– nieren en afvoerende urinewegen